CONTACTLINKS | SITEMAP
 

Mijn Credo

 

 

ALLES IS ZINLOOS.

En als ik wil kan ik er mijn zin aan geven.

Ik denk, weet dat niet zeker, dat ik volkomen toevallig ben geboren. Ik denk dat niets of niemand enige bedoeling heeft of heeft gehad met mijn leven. Ik twijfel er ook sterk aan of mijn ouders terwijl ze mij verwekten er ook maar één seconde aan hebben gedacht wat er later van mij zou moeten worden. Volgens mij hadden ze zin in seks en meer niet. Ik denk ook dat er geen goden of andere entiteiten zijn die wat dan ook met mijn leven voor zouden hebben, of dat ik op één of andere wijze verantwoording verschuldigd ben aan hogere wezens. Ik heb te maken met de mensen, dieren, planten en alles om mij heen op deze aarde en daar houdt het mee op. Verder ben ik van mening dat ik pas begon te leven na mijn verwekking en dat ik als ongeboren ziel niet heb bestaan, laat staan keuze's zou hebben gemaakt ten aanzien van mijn geboorteplaats, ouders, levensopdrachten, lessen of wat dan ook in dit leven.

Alles in mijn leven is in principe volkomen toevallig en zinloos. Ik ben een onbeschreven blad zonder plicht of schuld. Natuurlijk bepalen familieomstandigheden, afkomst, geboorteplaats en nog veel meer, een groot deel van mijn karakter en mogelijkheden. Dat mijn vader heel handig was en mijn moeder best wel slim heeft mij zowel handig als slim gemaakt en dat ervaar ik als een zegen. Het feit dat ik een gezonde blanke, westerse man ben, geeft mij veel meer kansen en privilege's dan wanneer ik bijvoorbeeld een zieke zwarte afrikaanse vrouw zou zijn geweest. Daarvan ben ik mij zeer bewust en daar probeer ik zoveel mogelijk rekening mee te houden en vooral ook heel bewust en dankbaar van te genieten.

Dat ik mijn geloof in een god heb afgezworen ervaar ik als een zeer grote bevrijding. Ik denk dat je het kunt vergelijken met de soort bevrijding van het animisme naar het monotheïsme. Mijn leven is veel eenvoudiger geworden. Het houdt voor mij vooral in dat ik de enige ben die iets van mijn leven kan maken. Ik kan, als ik dat wil, zoeken naar zingeving in mijn leven. En ik zou dat ook niet kunnen doen. Ik ben god noch mens iets schuldig op dat gebied. Als ik dat wil kan ik rekening houden met mensen om mij heen, of ook niet. Het enige dat uiteraard telt is dat mijn gedrag consequenties heeft. Hoe ik mij opstel tegenover anderen zal ook op mij  effect hebben. Als ik mijn leven zin probeer te geven zal ik mij waarschijnlijk beter voelen dan wanneer ik dat niet doe. De principiële zinloosheid van mijn leven geeft mij tegelijk alle kansen. Juist door de leegte die daardoor ontstaat ervaar ik ruimte om mijn eigen dingen te doen. Daarin probeer ik afgewogen keuzes te maken.

Geboren in een gereformeerd gezin, met een strenge god op de achtergrond die altijd over mijn schouder meekeek, was ik in mijn eerste bewuste jaren een bang jongetje. Ik besefte dat ik heel slecht moest zijn want ik moest iedere dag om vergeving vragen, ook als ik niks verkeerds had gedaan. En dat was nog nbiet alles. Ik was ook opgezadeld met een fikse portie erfzonde en moest er rekening mee houden dat die schuld nooit ingelost kon worden. Daarom was de here jezus gestorven en dat had mij bevrijd van de zonde. Ik voelde helemaal geen bevrijding, meer een voortdurende chantage en manipulatie. In een poging, ongeveer in mijn twintigste levensjaar, om mijn schuld in zijn totaliteit te willen zien, werd ik even stapelgek. Het was teveel. Later heb ik nog geprobeerd die schuld in te lossen door gereformeerd jeugdwerk te doen en nog later door in de kerkeraad plaats te nemen. Het leven werd er niet eenvoudiger op. Toen vele jaren later mijn maatschappelijke wereld instortte, mijn vader overleed, mijn rug brak, ik na vijfentwintig jaar huwelijksellende eindelijk de moed opbracht weg te gaan en daarna mijn oudste dochter door een ongeluk overleed was voor mij de maat vol. Het moest anders in elkaar zitten dan mij altijd verteld was. De druppel die de emmer echt deed overlopen was toen mijn toenmalige schoonmoeder ook nog opperde dat de dood van mijn dochter wel eens “een straf van god” zou kunnen zijn.

De god van de christenen moest een verzinsel zijn, misschien een noodzakelijk verzinsel in de tijd dat het christendom ontstond, maar in ieder geval niet meer van deze tijd. Ongeveer zoiets als Wodan en Zeus of zo. Inmiddels volkomen achterhaald voor ons, in ieder geval voor mij als twintigste eeuwse westerling. Ik besloot dat er voor mij geen christelijke god bestond, maar ook geen andere goden. Ik besloot ook dat mijn leven niet voorbestemd was tot iets, dat er voor mij niet een taak was “weggelegd”, geen opdracht te vervullen. Ook geen reïncarnatie toestand waarbij ik voor mijn geboorte bepaalde besluiten zou hebben genomen ten aanzien van bepaalde leerpunten in “dit” leven. Nee, voor mij is alles zinloos en volkomen toevallig. En als ik wil kan ik er mijn zin aan geven. Ik kom er nu achter dat mijn leven veel eenvoudiger is dan ik altijd had gedacht. Het hele godsdienstige verzinsel kan ik achter me laten. Ik mag zelf weten wat ik met mijn leven wil.

Ik ben nog steeds, of eigenlijk opnieuw, kerkorganist en maak met veel plezier muziek tijdens de kerkdiensten. Hoe kan dat nou, atheïst en meewerken aan kerkdiensten? Ook dat is eenvoudiger dan het misschien lijkt. Ten eerste geloof ik in muziek als bindmiddel voor mensen en ik geloof in mensen die willen samenwerken aan een betere wereld, vanuit welke motivatie dan ook. Dat ik niet geloof dat er een god bestaat doet voor mij niets af aan het nut van kerkgemeenschappen. Die vorm van samenwerken heeft mensen eeuwenlang veel goeds gebracht. Natuurlijk is er ook veel misgegaan in kerken, maar beslist niet alleen daar. Ik denk dat de kerken een goede afspiegeling vormen van het totale leven wat fouten betreft. Mensen die elkaar steunen zijn belangrijk. Toen ik in 2015 voor een zware operatie bijna drie weken in het ziekenhuis lag heeft een moslim-vriend naast mijn bed staan bidden. Hij vroeg mij om toestemming en die gaf ik hem. Niet omdat ik in god of allah geloof, maar omdat ik in hem geloof die bidt, die voor mij bidt. Door zijn gebed voelde ik me gesteund en gedragen. 

Natuurlijk weet ik niet zeker of het wel echt waar is dat god niet bestaat, toch neem ik het risico. Mijn ontstaan en het ontstaan van de mensheid, het ontstaan van deze aarde en zelfs het heelal is een groot mysterie. Er is al heel veel gezocht naar antwoorden en er is veel gevonden. Toch is dat mysterie nog nooit helemaal opgelost. Ik verzet mij tegen beweringen van mensen die het ook niet weten en toch van alles bedenken hoe het zou kunnen zijn en vervolgens die gedachte als een waarheid, als een dogma verkondigen. Ik heb aan één mysterie genoeg. Ik hoef er als verklaring niet nog een aantal moeilijke en ingewikkelde mysteries en alle bijbehorende plichten en schuldgevoelens bij te hebben. Nu er voor mij geen god meer bestaat iligt de sleutel van mijn leven in mijn hand en die geef ik nooit meer weg. Om met de belastingdienst te zeggen: “Leuker kan ik het niet maken, wel heel veel makkelijker”.

Het ontbreken van een dominante pseudowaarheid in mijn leven maakt dat ik zelf veel meer verantwoordelijkheid moet dragen. Als het fout gaat is het mijn schuld. Maar het betekent ook dat ik veel meer ruimte heb. Ik kan niet gemakkelijk tegen de muren van allerlei zogenaamde vaststaande feiten leunen. Er is geen god die mij beschermt, dat moet ik zelf doen. Er zij geen ge- en verboden die mijn grenzen aangeven, behalve de afspraken in de vorm van wetgeving die wij mensen onderling hebben gemaakt over de manier waarop wij met elkaar omgaan. Ik kan me niet verschuilen achter grotere krachten die alles hebben voorbestemd. Dat is niet persé leuker maar het ontbreken van al deze verzinsels maken mijn leven wel veel makkelijker en vooral overzichtelijker. Het betekent ook niet dat ik geen normen en waarden zou kennen. Vaak wordt atheisten verweten dat ze geen geweten hebben, dat zou zijn voorbehouden aan mensen die in goden geloven. Ik ben het daar niet mee eens. Toegegeven: ik heb in het gereformeerde nest waarin ik ben opgegroeid een fiks aantal 'christelijke' waarden meegekregen. Maar gezien het feit dat het christendom en het bestaan van goden een verzinsel van mensen is, moet er in mensen wel een geweten, een gevoel voor goed en kwaad hebben bestaan. Anders hadden ze dat ook niet in dat christendom, islam, boedhisme etc. kunnen stoppen. Voor mij is het loslaten van goden een enorme bevrijding, een soort verlichting.

En voor een goed begrip: Dit is slechts MIJN waarheid en niets meer. Van mij hoef je hier niets mee. Als jij vindt dat er wel een God is of Allah of welk ander Opperwezen ook, dien die en wees gelukkig. Lukt het je niet daarmee gelukkig te worden, dan is mijn visie misschien iets voor je.

 

 

 

 


^

Vorige: Wie ben ik
Volgende: Vakanties